Overheidswerkgevers

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren

 Op 8 november 2016 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). De wet treedt naar verwachting op 1 januari 2020 in werking. Met deze wet is de principiële keuze gemaakt om de bijzondere rechtspositie voor de meeste ambtenaren af te schaffen. Het private arbeidsrecht wordt óók van toepassing op de meeste ambtenaren.

Voor wie geldt de Wnra?
De Wnra bepaalt dat een ambtenaar degene is die krachtens een arbeidsovereenkomst met een overheidswerkgever werkzaam is. Wat overheidswerkgevers zijn, is bepaald in de wet. Het gaat om publiekrechtelijke instellingen, zoals de staat (waaronder ook zbo’s die behoren tot de staat vallen), de provincies, de gemeente en waterschappen. Ook openbare lichamen voor beroep en bedrijf, zoals de Nederlandse orde van advocaten en de Nederlandse Loodsencorporatie, zijn straks overheidswerkgever. Maar bijvoorbeeld ook zbo’s waaraan in de wet rechtspersoonlijkheid is toegekend en/of rechtspersonen waarvan een orgaan is bekleed met openbaar gezag en waarbij de uitoefening van dat gezag de kernactiviteit van de rechtspersoon vormt. Een voorbeeld daarvan is de Stichting Autoriteit Financiële Markten.

Benieuwd of uw instelling een overheidswerkgever is? Klik hier voor de Wnra-checker van de Rijksoverheid.

Uitzonderingen
Bepaalde groepen ambtenaren worden, om verschillende redenen, uitgezonderd van de wet. Het gaat bijvoorbeeld om politieke ambtsdragers, de rechterlijke macht, alle defensieambtenaren: zowel militair als burgerpersoneel en alle politieambtenaren

Gevolgen?

Tweezijdige arbeidsovereenkomst
De Wnra heeft tot gevolg dat de eenzijdige aanstelling van de ambtenaar verdwijnt. In plaatst daarvan sluiten de ambtenaar en de overheidswerkgever straks een arbeidsovereenkomst. Dat heeft tot gevolg dat er andere rechten en plichten gaan gelden voor de overheidswerkgever en de medewerker, zoals over ontslag. Daarnaast zal de systematiek ten aanzien van verschillende arbeidsrechtelijke zaken wijzigen, omdat er straks geen bezwaar en beroep meer mogelijk is. In plaats van bezwaar bij de eigen werkgever en beroep bij de bestuursrechter, komt de gang naar de kantonrechter. De hoogste rechter is straks niet meer de Centrale Raad van Beroep, maar de Hoge Raad.

Einde aan de rechtspositionele regeling in de huidige vorm
De wijze van totstandkoming van collectieve arbeidsvoorwaarden verandert. Het overeenstemmings- of meerderheidsvereiste uit het ambtenarenrecht komt te vervallen. Dit vereiste houdt in dat een akkoord met een meerderheid van de vakcentrales moet worden gesloten om een regeling met arbeidsvoorwaardelijke rechten of verplichtingen voor individuele ambtenaren in te kunnen voeren. Daarvoor in de plaats gaat het cao-recht gelden. Het cao-recht kent het beginsel van contractsvrijheid. Dat betekent dat sociale partners bij de overheid – binnen de gestelde kaders – vrij zijn in hun keuze waarover en met wie zij een cao sluiten.

 

Sluit Menu